'Voor het eerst in ons gesprek zegt hij even niets.' Collega Mira raakt met haar zoon en diens klasgenoot aan de praat over religie en politiek. Ook het Bijbelverhaal over de landheer en zijn dagloners komt voorbij. Dan vraagt ze: 'Mag God van jou goed doen?'
We zitten met zijn drieën aan onze keukentafel: Tomas, mijn zoon van 17, een bevriende klasgenoot van hem en ik. We zijn in een indringend gesprek verwikkeld over religie en politiek. Tomas' vriend vertelt over zijn ontdekkingstocht naar God: via filosofie, Koran en podcasts, nu toch uitkomend bij Jezus en de Bijbel. Hij is overtuigd ‘rechts’ in de politiek. Net 18 en mag dus stemmen. Zeer bevlogen en ontzettend slim; hij brengt zijn gedachten uitstekend onder woorden.
We voeren dit gesprek niet om elkaar te overtuigen
We voeren dit gesprek niet om elkaar te overtuigen, maar vinden het mooi en interessant om te horen wat de ander bezighoudt. Het bewijs voor het bestaan van God, authenticiteit van de Bijbel, waarheid, goed en kwaad, lhbti, vluchtelingen, bidden, het komt allemaal langs. Als het gesprek dan op politiek en goed handelen komt, moet ik denken aan het verhaal van de landheer die op de markt dagloners inhuurt om zijn land te bewerken (Mattheüs 20:1-15).
Een heel dagloon voor één uur werk
Met de eersten die hij vroeg in de ochtend inhuurt, spreekt hij een dagloon af. Een goed loon, niet karig ofzo. Als deze aan het werk zijn, gaat hij nog een keer naar de markt en huurt nog meer werkers in. Een uur vóór de werkdag voorbij is, huurt hij nog een aantal mensen in. En dan, aan het einde van de dag, betaalt hij iedereen uit: hij begint met degenen die het laatst begonnen zijn en geeft hen het volledige bedrag aan dagloon.
Als vervolgens degenen die een hele dag hebben gewerkt hetzelfde loon ontvangen, ontstaat er gemor. De landheer vraagt dan aan die werkers: ‘Ik heb jullie toch uitbetaald wat we hadden afgesproken? En dat was toch een goed loon? Waarom zijn jullie ontevreden? Mag ik niet doen met mijn geld wat ik wil? Mag ik niet goed doen?’
Echt iedereen met wie ik over dit tekstgedeelte praat reageert hetzelfde: ‘Het is niet eerlijk’. Maar wat is er dan niet eerlijk aan? De dagloners die de hele dag hebben gewerkt komen niets te kort. De dagloners die maar een uur hebben gewerkt krijgen meer dan ze verdienen. En dat is pure genade: je krijgt wel wat je niet verdient.
Mag God genade geven aan mensen die dit -volgens jou- niet verdienen? Of moet het volgens jouw idee van eerlijkheid gaan? Een verhaal waarin je je totaal kunt verliezen in theologische discussies.
Weet wel: dit verhaal gaat over mensen aan de zijlijn
Dat dit verhaal juist gaat over mensen die aan de zijlijn van de maatschappij staan, wordt niet vaak genoemd. Er zijn werkers die niet worden ingehuurd en dat betekende geen geld en dus geen eten. Niet voor henzelf maar in alle waarschijnlijkheid ook niet voor hun gezin. Wat was het alternatief? Bedelen? Hongerlijden? Op deze manier behielden ze hun waardigheid: ze werkten en kregen loon.
'Vind jij het oké als God goed doet?'
Tomas knikt direct ja, maar zijn vriend aarzelt. Ik zie aan zijn gezicht dat het hem raakt. ‘Mag God goed doen van jou? Zelfs als jij vindt dat iemand dit niet verdient?’ Ik vraag het hem met klem.
Ik vind het gaaf dat God goed is en goed doet. Dat dát Zijn hart is en dat Hij ons uitdaagt om dat ook ruimhartig en gul te doen. Écht kijkend naar wat het belang is van de ander. Degenen die aan de kant staan, níet de hele dag kunnen werken, zelfs de zogenaamde ‘gelukzoekers’ uit andere landen. Durven we met elkaar goed te doen? Niet alleen voor de mens, maar juist ook in het belang van de aarde, zelfs al tast dat ons gevoel van eerlijkheid aan omdat het ons te kort lijkt te doen?
Best een indringende vraag tijdens een indringend gesprek.
Zo tof om na het gesprek een appje van deze jongen te krijgen
Zo tof om daarna in een appje te lezen dat deze knul erover na heeft gedacht en zijn politieke voorkeur heeft opgeschoven in de richting van ruimhartigheid voor zijn medemens…